pag. 35

Fragment van pagina 35

De kinderen lagen op bed. Roy en ik zaten voor het eerst die dag wat op onze telefoons te kijken. Op een gegeven ogenblik begon Beau, de kleinste en jongste hond die jij nooit bij leven hebt gezien, te grommen. Iets wat hij nog nooit had gedaan. Ik keek naar hem en zag zijn hoofdje iets volgen terwijl hij gromde. Ik zat verstijfd in mijn stoel. Ik zei niets maar voelde me bang. Ik zag de hond kijken naar de hoek waar je gitaren stonden, grommend kroop Beau tegen Cooper aan. Stilte. Maar hij begon opnieuw te grommen en ik zag dat hij keek naar de bak met spullen die ik nog niet leeggehaald had. Ik zei tegen Roy: “Wat heeft Beau nou, dat doet hij normaal toch nooit?” “Dat kan toch, dat beest is gek.”

En opeens Suus rook ik jou. Ik rook jou links naast me. Duidelijk! Je had een geur die door parfum, deo, wasmiddel of wierrook heel herkenbaar en typerend was en die je vaak bij je droeg. En ik rook het. Tussen mijn stoel en het hoekje waar je pianokruk, en wandelstok waren neergezet. Suus ben jij het geweest? Ben je bij me geweest? Of nam de stress de overhand op mijn brein en dacht ik het, verbeelde ik het, werd ik krankzinnig? Maar als ik het me verbeeld zou hebben, wat volgde Beau dan grommend met zijn hoofdje? Stel…… stel dat je er wel was, ben je boos nu je zag dat ik wél spullen van je in huis heb? Of… ben je blij dat het gelopen was zoals je misschien gehoopt had, ‘wie het echt wil zal het vinden’. Geen idee. Ik weet niet wat het was. Of ik kan geloven dat jij het was. Maar het was hoe dan ook bijzonder, misschien beangstigend zelfs, maar vergeten doe ik dit nooit meer.

Die nacht ging het niet goed met me. Zodra ik mijn ogen sloot zag ik je vallen. Geen enge beelden, en ik zag je ook niet neerkomen, maar zodra ik mijn ogen sloot flitste er beelden door mijn hoofd. Ik zag je tijdens je laatste wandeling, de laatste keer dat je de deur dichttrok, je val. Ik transpireerde die nacht zoveel dat ik en het bed helemaal nat waren. De druppels dropen van mijn gezicht tot mijn tenen van me af, er lag water op mijn buik. Roy pakte geregeld mijn hand vast en we konden niet veel doen dan het laten gebeuren. Mijn lichaam reageerde, het was een reactie op de stress, de uiting van verdriet, mijn lichaam huilde wat mijn ogen nog niet hadden kunnen doen. Van slapen kwam niets terecht. Telkens bleef je vallen.