pag. 19

Fragment Pagina 19

‘s Avonds kwam je psychiater samen met een vrouwelijke psychologe die jou kende van de crisisopname in 2006. Hij vertelde dat je geen
trouwe patiënte was, je kwam als het jou uitkwam en vaak als de nood al erg hoog was. Ging het dan na enkele gesprekken weer beter met je bleef je weer weg. Hij vertelde dat je in 2018 aangemeld was bij de kliniek voor levensbeëindiging maar dat je het na een lang traject stop had gezet omdat je geen vertrouwen had in de uitkomst. Je had de
laatste aangeboden therapie niet aangenomen, ook medicatieverandering had je geweigerd. Dit schreef je zelf ook in je laatste brief.
Omdat je verwachtte van de levenseinde-kliniek geen hulp te krijgen ben je je eigen plan ergens in Maart van dit jaar gaan uit-stippelen.

Je had je psychiater álles verteld, je plan hoe je het ging doen, waar je het ging doen, wanneer je het ging doen, dat je het huis leeg achter zou laten, alles wist hij, en hij zat dus inderdaad op ons telefoontje te wachten. Ik vroeg hem waarom hij ons niet had ingelicht. Dat had jij hem verboden en de privacywet bepaald dan dat dat ook niet gebeurt.
Ik vroeg hem hoe hij geslapen had die nacht, en hoe hij die avond zou gaan slapen. Stilte, en toen: “Het hoort bij het werk” was het antwoord. Ik dacht te ontploffen, hier behoorde een empathisch deskundig
persoon voor me te zitten maar het antwoord wat hij me nu gaf was verre van enig inlevingsvermogen of menselijkheid. Ik vroeg hem het dossier in te mogen zien. “Nee dat mocht niet.” was zijn antwoord. We
vroegen wat specifieke vragen over wat jij tegen hem verteld had in al die behandel jaren over ons, wat was jouw waarheid? Nergens gaf hij antwoord op. Hij zat daar en kon alleen maar zeggen dat hij dat niet mocht of kon beantwoorden.
Flikker op met je kut privacywet, flikker op met je professionele zwijgzaamheid, flikker gewoon op klootzak, wat kom je doen als je niets mag zeggen, je eigen gevoel verzachten dat je toch wel héél meelevend bent geweest door dezelfde dag te komen? Jij wist álles en deed niets.
Jij hebt gefaald als psychiater door jouw patiënt de dood in te laten springen. Jij bent misschien wel medeplichtig aan de dood van Suus, en zeker medeplichtig aan de trauma’s die omstanders hebben opgelopen, en waarvan jij niet hard genoeg je best hebt gedaan het te voorkomen.
Ja, je hebt Susan wilsbekwaam verklaard, en je hebt een onafhankelijk psychiater haar laten diagnosticeren en die achtte haar ook
wilsbekwaam, en hierdoor heb je haar niet gedwongen mogen opnemen. Maar is iemand met deze plannen überhaupt wilsbekwaam te
verklaren, is een gediagnosticeerde bipolaire stoornis met een borderline persoonlijkheids-stoornis wel wilsbekwaam te verklaren? Ik
vind van niet. Weet je wat je ook had kunnen doen, verzwijgen tegen de levenseindekliniek dat er nog een medicatieverandering mogelijk
was. Verzwijgen dat jij nog wel een therapie kon verzinnen die ze weer kon doorlopen. Maar dan kwam je baan misschien op het spel te staan.
Klootzak, maar als jij dat wél had verzwegen, dan had Suus zich niet uitgeschreven bij de kliniek, en waarschijnlijk op een humane vredige manier mogen sterven, met misschien ons wel in het bijzijn. Dan waren haar laatste weken, dagen en minuten heel anders geweest dan wat ze nu heeft moeten doorstaan. En ik weet verstandelijk echt wel dat zij degene is die er is gaan staan. Maar doe het dan ook maar eens. Loop je laatste meters maar eens, en klim op de balustrade. Door jou heeft
het op deze manier moeten gebeuren en niet anders. Ik denk dat Suus jou bespeeld heeft, zoals ze dat heel goed kon. Ze heeft je gemanipuleerd. En ik denk dat jij gefaald hebt als psychiater om hier niet doorheen te prikken. Ze was niet wilsbekwaam, ze was in een manie!!! Zo zie ik het.

Dit waren mijn gedachten, die ik gelukkig niet hardop naar hem had uitgesproken. Maar wel toen hij weg was naar Pap en Mam. We bleven achter met totaal geen nieuwe info maar juist met meer vragen, meer boosheid, en totale machteloosheid. We zaten kwaad verdrietig en ontredderd op de bank.

Papa en ik uitte onze kwaadheid, maar ons Mam zag het allemaal anders. Het zal de greep naar het denken op spiritualiteitsniveau misschien zijn geweest, maar bij mij was daar geen greintje van te bespeuren, ik was kwaad en kon niets vinden wat mijn boosheid naar hem kon verzachten. Zelfs jouw woorden in je laatste brief niet:

“Psychiater Dhr. … wist van mijn plannen, maar ik heb hem, tegen zijn zin in, verboden om het jullie te vertellen. Hij heeft er alles aan gedaan om me te helpen en ik heb alles geweigerd. Verwijt hem dus niets, hij heeft zijn uiterste best gedaan en hij is een goede psychiater. Maak een afspraak met hem en betaal dat van mijn geld.”