pag. 133

Fragment pag.133

Ik pakte de dag erop je laatste brief weer, en deze keer las ik hem zonder kwaadheid, zonder mijn eigen gevoel op de eerste plaats te zetten. Want ik had mede door het gesprek met Pap en Mam het inzicht gekregen dat ik mijn gevoelens van verdriet, gemis, en kwaadheid verheven had op wat jij voelde. De woorden van Papa, “Wat dan Sas, opname, wegkwijnen, ongeluk?” Hij had gelijk. Je schreef: 

De laatste jaren is het niet zo goed gegaan, ik heb veel en langdurig last gehad van depressies. Mijn medicatie is meermalen aangepast, maar dat had nauwelijks effect. Begin Juni vorig jaar heb ik de levenseindekliniek ingeschakeld. Dat proces duurde erg lang en na een gesprek met een psychiater van de kliniek, heb ik de procedure weer stopgezet. Ik had er geen vertrouwen in dat het de uitkomst zou brengen waarop ik hoopte.”

“Mijn bipolariteit heeft een andere vorm aangenomen. Waar ik vroeger binnen een paar weken een geleidelijke overgang had tussen de stemmingswisselingen, gebeurt dat nu in slechts een ogenblik. Ik schiet van depressie naar licht psychotisch of van een manie naar suïcidaal, alle combinaties zijn mogelijk. Dat kan een paar dagen of weken aanhouden en dan verandert het plotseling opnieuw. Er is niet mee te leven. Nadat ik de levenseindekliniek aan de kant heb gezet, wilde ik nog steeds graag dood. Ik heb vierenveertig jaar overleefd en dat is meer dan me lief is. Ik ben de strijd beu, ik ben het zat om mezelf steeds weer bij elkaar te sprokkelen om vervolgens met mijn ziel onder de arm verder te sjokken in een wereld waarin ik niet thuishoor en die me krankzinnig overkomt. Ik ben uitgeput. Het is genoeg geweest, er kan niets meer bij en ik heb niets om voor te leven. Eenzaamheid is de rode draad in dit leven, ongeacht of ik fysiek wel of niet alleen was, er is niemand die me echt begrepen heeft en niemand die me helemaal gekend heeft. Ik geloof niet meer in mijn eigen toekomst. Daarbij staat de mensheid op de drempel van pikzwarte tijden die ik niet mee wil maken”

Dit kleine stukje uit je brief las ik in alle kalmte, ik liet het voor het eerst echt tot me doordringen wat er stond. Misschien had ik je brief al wel zes keer eerder gelezen, nu kwam het pas binnen. Meisje meisje toch…